Het Beeld dat Moet, deel 3.

Wat die fascinatie met uitsluitend het esthetische betekent, en wat die dagelijkse toewijding waard is, weet ik ook niet. Voor mij zijn weinig kunstenaars of kunstwerken echt waardevol/belangrijk (niet zoals een vriend/liefde dat kan zijn). Ze zijn kortstondig en opgenomen in een groter geheel. Dat groter geheel (lees: overkoepelende term) heet Kunst. En daarvoor ben ik weer geneigd telkens vriend/liefde opzij te schuiven. Hm.

Vooral andersom. Zonder kunst zou ik niets opbrengen om liefde of vriendschap te dragen of er iets mee te kunnen. Deze stelling neigt ietwat naar kunst als therapie, en dat is feitelijk ook zo, ondanks de wat truttige bijbetekenis. De therapie zit erin dat de ontvankelijkheid voor esthetische percepten (in het geval van de maker ook de neiging om hiermee iets werktuiglijks te doen en het in een andere samenstelling weer te tonen) me weerhoudt van een kortzichtig, ledig en zwaarhoofdig leven. Gechargeerd? Heus.

Als kind speelde de resonantie zich af door fabels, dieren, schaduwen, bomen, zand, etc., waardoor ik niet enkel botweg de onbegrijpelijke ruis van de wereld hoefde te aanvaarden. Het waren ruimtes op zolders en hooibergen die bevrijding en poëzie boden. In de brugklas verschafte bijvoorbeeld the Lord of the Rings de nodige epiek. Toen was er een tijd niets, behalve het verlammende effect van onderwijs en mijn sociale focus, wat bij de ontvankelijken op aarde geheid resulteert in niet zo veel duurzaams. Eenmaal weg bewogen van scholen, tien jaar later, kwam het weer terug. Ditmaal voorgoed en verving het bijna alles. Maakt u zich niet ongerust, ik heb geen behoefte mijn persoonlijke noties met u te delen; ik ben ruimschoots op de terugweg en zelfs benieuwd hoe dit onvergankelijk plezier ook binnen scholen toegepast kan worden. Want de truc is om je weer te verhouden tot de wereld en een beetje liefde te delen. Hoe verhoud ik me tot de mens? Geen idee. Helemaal niet wanneer ze op mijn expositie komen. Wat verlang ik van ze? Geen idee. Wat verlang ik van mezelf? Geen idee. Ik vraag het Rik. 13735179_1106193012774481_2633542702597950893_o (1)

Rik praat zonder sentiment en met een aan Don Quichot denkende nostalgie over de reuzen in het landschap. De loodsen, de Franse watertorens (‘ken je die?’), ondoordringbare kelders, elektriciteitsmasten, gemalen en massieve bunkers. Of de mythische radiotelescoop in Dwingeloo! Plekken die als kind tot de verbeelding spraken, omdat je de functie niet kende en het je overdonderde, maar dat doet het nu nog steeds. Rik denkt na, vraagt zich af of het effect te maken heeft met de afwezigheid van andere mensen. Of door het niet-begrijpen hoe mensen zich tot zulke ruimtes/objecten verhouden. Want die constructies staan daar maar, groot en eenzaam te zijn.

Het is die manier van kijken die je als kind doet ‘dromen’, en als groter kind doet onderzoeken, en als volwassene doet vervormen. Praten over die fascinatie strandt al gauw in clichés, maar daar doen we nu even niet moeilijk om. Kijk omhoog, Sammie, want daarboven lacht de maan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s