Joe in Slovenië

2

Ze hielden links aan omdat links de bossen dikker waren, maar ooit moesten ze naar rechts, want Slowakije lag rechts. In Slovenië leek het nog alsof ze rechtstreeks Duitsland binnen reden, alsof een magneet hen daarheen trok, maar het oosten van Slovenië bestond uit maisvelden, en was daarmee simpelweg onmogelijk, ze durfden de gok niet te wagen in het open veld en de genadeloze zon. Het groene westen van Slovenie, waar de bergen van Oostenrijk uitmondden, vormde een veilig gebied voor deze mensen die zich als dieren konden gedragen, want de Duitsers hadden een hekel aan de riviertjes, insecten en kronkelpaadjes.

De bergen werden groter en Joe en zijn nieuwe familie moesten de kar achterlaten om alleen met het paard verder te gaan. Joe liep zoveel mogelijk in de schaduw, de kleintjes zaten op het paard, de bepakking hing ernaast en ze stapten moedig door. Joe tilde indien nodig de tweeling over een rivier of een bospad waar zelfs het paard moeite mee had. In de verte drongen af en toe geluiden van gevaar tot hen door, en hier en daar kwamen ze langs verschraalde grond. Ze vonden platgebrande huizen en allen wisten ze hoe een levensloos lichaam eruitzag, maar zelf hadden ze niets te lijden. Vader ving konijnen en soms zelfs een hert, kapte hout, stookte vuur en moeder bereidde het eten en zorgde voor de kinderen. Joe speelde vaak verderop. Hij kon helpen om een dier te vangen, hij was verdacht sterk voor een albino, sterk genoeg om een hert te wurgen, maar niet voorzichtig, dus vader vroeg hem nooit mee.

In de nacht ontdekten ze dat Joe een uitstekend wachter bleek. Vader stond vaak ’s nachts op de uitkijk, bewapend met zijn dolk en jachtgeweer, en Joe kwam hem steeds vaker gezelschap houden. Hij had weinig slaap nodig en werd rustig van de sterrennachten en het stille bosleven. Niets ontging hem. Vader had moeite wakker te blijven, maar Joe leek geen moment te verzwakken. Vader durfde nog niet naast zijn vrouw te slapen, maar deed wel af en toe een oogje dicht, en vertrouwde steeds meer op Joe. In een man – op – man gevecht zou vader meer kans maken, begaafd vechter dat hij is, maar Joe zou elke Duitser kunnen fijnknijpen, als hij maar begreep wat de bedoeling was.

Wanneer het kampvuurtje bijna doofde lag de rest te slapen en keek vader naar Joe. Op die momenten leek Joe net een prehistorisch fabeldier, zijn witte huid flakkerend door het vuur, zijn negeroide lichaamsbouw in volle proporties, zijn witte haren als lianen langs zijn nekspieren, zijn haakneus als een adelaar, en als Joe zo stil zat leek hij niet simpeltjes acht jaar oud, en ook niet zijn ware tweeëndertig, maar onsterfelijk.

Zijn moeder had jaren geleden opgemerkt, vlak na het einde van de eerste wereldoorlog, toen Joe’s lichaam zich begon te ontwikkelen, dat zijn voorkeur uitging naar jongetjes. Tijdens het spelen zorgde dit voor onwenselijk situaties, en Joe’s moeder moest de regels vaak herhalen. Joe luisterde altijd naar zijn moeder, onwetend over het begrip ‘voorkeur’, maar bleef naar jongetjes kijken, en ze soms ook aanraken. Ze had het de zigeunerfamilie niet verteld, ze wisten van niets, en lieten Joe rustig hun kinderen tillen en de hele nacht naast vader zitten. Er was niets mis mee. Waar ze eerst dachten dat het een zware last zou zijn om Joe mee te nemen (het kwam voort uit een exorbitante vriendenliefde), waren ze nu dankbaar dat ze het gezelschap van de reus deelden. Ze wisten dat ze bij een aanhouding van een patrouille naar een werkkamp moesten, met of zonder de reus die, volgens het fascistisch regime, wel zeven doden moest sterven. Maar Joe had geen idee van werkkampen, laat staan vernietingsovens, en stierf geen enkele dood.

Na een dagenlange reis sloegen ze kamp op bij Bohinjsko jezero, een groot meer met een klein dorpje, omgeven door bergen en bossen in het hart van groen Slovenië. Ze liepen door het bos en keken uit over het heldere water, waar nog nooit een motorboot had gevaren, en Joe keek zijn ogen uit. Onderweg leerde hij de kinderen kennen. De dochter was negentien, de zoon daaronder zeventien en de tweeling was acht. De dochter was zwijgzaam en hielp moeder met de zorg, de oudste zoon een bedreven intellectueel, ook tijdens de reis, en de tweeling was simpelweg jong. Joe speelde het meest met de tweeling, die telkens om hem heen hingen, en soms lachte hij hard naar de intellectueel, omdat de intellectueel altijd zo moeilijk uit zijn doffe ogen keek, en de intellectueel wist niet hoe hij op de gehandicapte albino-neger moest reageren. Hij bezat geen antisemitische of racistische of eventuele homofobische gevoelens, maar hij kon simpelweg niet reageren op iemand die zo weinig verstand bezat. Joe kreeg er niets van mee en omhelsde hem wanneer hij daar zin in had. Moeder kon erom lachen. Joe gaf niets om het meisje, en ook al had ze graag voor hem willen zorgen, hij had er geen behoefte aan.

Op het moment dat het rantsoen opraakte, want al was er voldoende water in de bergstreken en bij het meer, het leek wel alsof alle dieren waren geëmigreerd, vroeg vader Joe toch maar mee om op jacht te gaan. Wellicht dat het iets zou opleveren.

Vader zette een later de vallen waar het hem handig leek en hield halt bij een plek waar hij uitzicht had op een open stuk in het bos. Hij maande Joe stil te zijn, en Joe begreep de boodschap. Het was bijna donker, hij was gewend stil te worden. Joe dacht dat ze hier de wacht moesten houden, dus toen er na een uur een hert kwam kijken, ze bestonden dus toch nog, wilde Joe alarm slaan. Vader merkte Joe’s zenuwachtige gebaren op voor het hert dat deed, en maande hem weer stil te zijn. Joe wist niet wat vader bedoelde en keek hem verbluft aan, terwijl vader zijn speer tevoorschijn haalde en Joe vroeg zich af wat vader van plan was. Vader liet het hert naderen, maar het hert had toch iets gemerkt en hief het hoofd, vader stond op en het hert sprong weg, maar vader, begaafd gooier, raakte het hert vol in de flank, de speer doorboorde zijn dierenbuik. Joe gilde het uit. (Vader gooide Gods diertjes dood! Vader was krankzinnig geworden!) Joe rende schreeuwend weg, en vader volgde, want Joe mocht hun positie niet verraden. Hij omarmde de grote jood, maar kreeg hem niet stil, en gebaarde moeder vanuit de verte dat ze moest komen, en moeder had ze al gehoord. Joe begon te huilen en moeder nam hem in zijn armen. De dochter wilde van dienst zijn, maar kwam niet tussen ze in, en vader liep terug naar hert, haalde de pijl eruit en tilde het bakbeest een paar meter en begon het vervolgens te slepen. Ze zetten een verdekt kamp op en Joe besloot nooit meer met vader erop uit te gaan en nooit meer iets te eten waar vader mee thuis kwam. Vader maakte de dieren stuk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s