’t absurde cliché

Na een paar jaar schilderen, met kleine pauzes, staan er zo’n honderd doeken van mij her en der krom te trekken. Af en toe vraag ik me af waar het heen moet, wat de zin ervan is, wat het waard is, vragen die nooit bijzonder motiveren. Na een recent gesprek met mijn collega-schilders, ieder hun eigen frustratie, dringt deze kwestie vaker naar de oppervlakte. Toen ik vandaag ook nog dit stuk las van Hans den Hartog Jager, afkomstig uit het Streven, over de vraag of de Hedendaagse Kunst de wereld kan helpen, besloot ik dit te schrijven. Het stuk:

Het Streven

‘‘doordat de kunstenaar zich in de negentiende eeuw losmaakt (…) verdwijnt zijn traditionele bron van inkomsten. Die armoede is dus ook een symbool van onafhankelijkheid, van het feit dat de kunstenaar zich succesvol heeft ontworsteld aan de samenleving, een bewijs van zelfstandigheid. Daarbij speelt ook het avant-garde-mechanisme op de achtergrond een rol: als een kunstenaar weinig geld heeft, is dat een impliciet bewijs van het idee dat zijn wereldbeeld nog niet wordt begrepen, omdat het zo nieuw is dat de samenleving zich er nog geen raad mee weet. Maar let wel: dat geldt alleen zolang de kunstenaar nog jong is. Wanneer hij of zij ouder wordt en nog steeds arm is, geen erkenning krijg, wordt dat langzaam een bewijs van een ‘slap’ wereldbeeld – of dat hij simpelweg geen goede kunstenaar is. Langzaam wordt die armoede tragisch: zijn plek in de avant-garde wordt steeds minder waarschijnlijk en het publiek keert zich van hem af. Uiteindelijk is de enige troost voor de avant-gardist zonder erkenning dat zijn wereldbeeld zo uniek is dat de maatschappij er nog lang niet aan toe is – voor hen is Van Gogh de nieuwe patroonheilige. Maar hij was toch echt een uitzondering.”

Van Gogh Self Portrait

In mijn zoektocht naar een uitgangspunt om kunst te maken, vind ik dit stuk van Hans den Hartog Jager treffend. Volgens hem is het cliché van de bohemien kunstenaar, met vieze kleren en een fles drank, eenzaam op zijn zoldertje, (gelukkig) verdwenen. Op die manier zinvol opereren, lijkt dus verleden tijd.

Ego’s en Fakers

Maar op wat voor manier wordt er nu kunst gemaakt? In het Streven lees ik vooral over de zogenaamd sociaal-maatschappelijk geëngageerde kunst, die het hedendaagse discours in beslag neemt. Maar juist deze tak van sport blijkt vaak onoprecht. De meeste kunstwerken die iets aan de toestand van de samenleving willen doen, gaan namelijk vooral alsnog over het kunstwerk zelf. We hebben eventjes aandacht voor een gediscrimineerde groep, maar slechts binnen het circuit van de elitaire kunstwereld. De kunstenaar blijft een ego.

In het geval dat de kunstenaar geen ego is, maar bijvoorbeeld echt iets doet voor een buitenwijk of een kerkgemeenschap, blijkt het ook vaak geen kunst te zijn, omdat het simpelweg ontbreekt aan autonome kwaliteit. Hier krijgt kunst dus juist een ondergeschikte rol. Niemand geeft meer iets om het kunstwerk zelf, als ze maar een plaatje bij het praatje is. Dus in het eerste verhaal lijdt de boodschap onder de aandacht die de kunst krijgt, en in het tweede verhaal lijdt het kunstwerk onder de boodschap.

En dan is er nog de kitsch, een kleine doorn in het oog, die menig huiskamer behangt met geloofwaardig geklieder, maar daar wijken we niet over uit, want dat laat mijn vele lezers Siberisch koud.

Wat te doen?

Hoe kan je dan nog op een zinnige manier kunst maken?

Duchamp heeft het urinoir al in het museum gezet, Malevich heeft het doek al zwart geschilderd.

Met zulke dingen wil ik me niet bezighouden. Ik wil niet nadenken over de maatschappij en onderzoeken wat voor werk ik daarbij kan maken. Ik wil ook geen reactie geven op tradities, zoekende naar nieuwe vormen. Volgens mij werkt Van Gogh als patroonheilige juist als je het enkel om de kunst te doen is, omdat juist hij alles wat hij zag en voelde wilde uiten met verf, ongeacht de rest van de wereld. En als iemand dat nu nog gaat doen, op zijn eenzame zoldertje, is dat misschien een cliché, en na verloop van tijd zeker tragisch, maar de kunst is om dat zo’n beetje te omarmen. Het absurde aanvaarden. Een voorbeeld van iemand die hier volledig voor gaat is Sam Dillemans. Hij duldt geen ‘halven’, mept op zijn boksbal in het atelier en sist dat hij 240 moet worden om Picasso te evenaren. Voor degene die hem nog niet kent: https://www.youtube.com/watch?v=hCeMgtoRago

Want wat wil dit cliché van een kunstenaar? Verkopen? Beroemd worden? De wereld ervan overtuigen dat ze allemaal kunst nodig hebben om te overleven? Soms denk ik dat ik dat allemaal wil, behalve als ik schilder.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s