Het Leven als Kunstwerk

Joep Dohmen schept in ‘het leven als kunstwerk’ een hartstochtelijk pleidooi voor een stijlvol, waarachtig leven. Ik heb een paar fragmenten uitgekozen, als een trailer voor de nieuwe moraal, de sociale zelfzorg, de gevaarlijke vrijheid.

Voor de generatie van de jaren zestig viel de schade nog mee, want toen was de romantiek ‘alleen maar pose’. Maar bij de huidige jeugd strijden ‘lethargie, stuurloze experimenteerdrift en een voor ouderen onbegrijpelijke wreedheid en ongevoeligheid om de voorrang’. De moderne westerse gemeenschap is een verzameling geworden van op2267424_0-1 zichzelf teruggeworpen individuen die niet geleerd hebben hoe ze hun positieve vrijheid, de richting van hun leven, vorm moeten geven. Gelukkig is er een alternatief. De afgelopen decennia zien we de opkomst van een nieuwe moraal: de ethiek van de levenskunst. Aan de basis van deze beweging staat de Franse filosoof Michel Foucault:

“Waarom zou niet ieder van zijn leven een kunstwerk maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?” [Foucault, ‘The Genealogy of Ethics’, in Ethics, 1997]

Een van de eerste grote westerse filosofen die hiermee bezig was, was Socrates, die de filosofie van de hemel terugbracht naar de aarde. De mens wordt in het bestaan geworpen zonder dat hij erom gevraagd heeft en er al even ongevraagd weer uitgegooid. Zo’n avontuur roept natuurlijk vragen op, vandaar Socrates’ lijfspreuk: ‘Een leven zonder zelfonderzoek is het niet waard geleefd te worden.’ Toen Augustinus opmerkte: ‘Bouw jezelf en je bouwt een ruïne’, was het met de zelfzorg gedaan en brak het tijdvak van de pastorale zorg aan.

Christelijke zelfzorg

Het christelijk zelfonderzoek verschilt fundamenteel van de stoïcijnse aandacht voor zichzelf. Volgens de Stoa moet het individuele zijn eigen leefregels bewaken. De christen wil juist geen autonomie verweven, maar demonstreren dat hij afstand neemt van deze wereld en van het eigen verleden. In de Renaissance werd de inzet van de levenskunst niet langer de zelfverloochening, het doel van de toenmalige moraal was beslist geen afscheid van het christelijk geloof, maar wel de les om zelf op eigen wijze het geloof te kunnen belijden.

De voornaamste les van Foucault is dat zelfsturing los van betekeniskaders, zonder de inbreng van anderen en zonder zelfzorg, een fictie is. Het liberale ideaal van onbegrensde vrijheid is een gevaarlijke illusie. Er zijn juist continu allerlei structuren, codes en regels werkzaam die de individuele keuze- en handelingsvrijheid inkaderen, beïnvloeden en begrenzen. Omdat de macht op al die manieren aanwezig is, zal slechts een bepaalde mate van zelfsturing bereikbaar zijn. ‘Jezelf stijl geven’ vereist techniek, gevoel en discipline. Voor Foucault is levenskunst uiteindelijk wel degelijk iets ambachtelijks, een vaardigheid.

Voor de geïnteresseerden  

Intussen blijft de gangbare moraal van de moderniteit nog altijd zeer traditioneel. De negentiende-eeuwse moraal – de Kantiaanse plichtsmoraal, Schopenhauers moraal van het medelijden, de utilistische moraal van het grootste geluk voor zoveel mogelijk mensen, is door en door van christelijke signatuur. Nietzsche koestert een sterk wantrouwen tegen de ‘slavenmoraal’, omdat deze de ontheemde mens allesbehalve geestelijk weerbaar maakt. De oude moraal heeft zichzelf overleefd, zonder dat een nieuwe zich al heeft aangediend. Aan het eind van de negentiende eeuw heeft Nietzsche de komst van het nihilisme aangekondigd, ‘der unheimlichtste aller Gäste’. Nietzsche is niet de eerste, laat staan de enige die de groeiende twijfel van de vooruitgang waarneemt. In de loop van de negentiende eeuw ontstaat in Europa – aanvankelijk in het Rusland van Toergenjev en Dostojevski, dan in Frankrijk en Duitsland en vervolgens, met enige vertraging, in de rest van Europa – een zekere moedeloosheid, een algemene stemming van decadentie, verwarring en malaise.

Waar vindt de laatmoderne mens nog het bewijs dat zijn leven de moeite waard is? De ‘onheilspellendste van alle gasten’ zetelt nog niet in ieders hart, maar de barsten in het vrolijke vooruitgangsoptimisme zijn overal zichtbaar. Nietzsche wil de laatmoderne mens leren hoe om te gaan met de hachelijke vrijheid die hem door de moderniteit is toebedeeld. De meeste mensen zijn weliswaar actief, maar volgens Nietzsche ‘ontbreekt het hun aan hogere activiteit: ik bedoel individuele. Ze zijn als ambtenaar, koopman, geleerde, met andere woorden als soortwezen actief, maar niet als specifiek, individueel, uniek mens: in dit opzicht zijn ze lui.’

Weg met allen die zich levend begraven hebben. Weg met de eeuwige slachtoffers. Weg met de kuddedieren en de goeroes. De mens is fundamenteel een scheppend wezen dat zichzelf op basis van een kunstzinnig plan kan vormgeven. Wanneer is voor Nietzsche het leven een kunstwerk? Dat is het geval wanneer iemand erin slaagt om de oorspronkelijke chaos van zijn persoonlijkheid te bezweren.

Foucault heeft laten zien dat een eigen levenshouding bevochten zal moeten worden in de weerbarstige praktijk van alledag. Alleen wie consequent en levenslang aan zelfzorg en zelfbeheer doet en daarbij rekening houdt met de context, kan op termijn zijn ziel veroveren. Hier schuilt de kernproblematiek van het actuele leven: zijn wij moderne mensen wel in staat tot zelfsturing en zelfbepaling? Zijn we wel geïnteresseerd in de kwaliteit van ons leven? Hoe overleven we de vrijheid?

 

 

Bron: Joep Dohmen – Het Leven als Kunstwerk

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s