uit: “de Mens in Opstand”

Tot aan Dostojewski en Nietzsche geven een ongehoorde uitbreiding aan het kamp van het opstandige denken, de eerste in zijn verbeelding, de laatste feitelijk; zij gaan rekenschap vragen aan de God van liefde zelf. Nietzsche meent dat God dood is in de harten van zijn tijdgenoten. Hij richt dus zijn aanvallen tegen een God die dood is, maar die nog in de tijdsgeest werkzaam blijft onder het masker van zedelijke voorschriften.

Nietzsche heeft zich recht tegen deze absurditeit gekeerd; om haar beter te kunnen overwinnen, heeft hij haar tot het einde doorgedacht: de zedenwet is Gods laatste aanschijn, dat vernietigd moet worden; daarna kan men opnieuw opbouwen. Als God niet meer bestaat en niet meer garant kan zijn voor ons bestaan, dan moet de mens het besluit nemen te handelen, wil hij bestaan.

Maar met Jezus is het doel bereikt, en dan kan een tegengestelde poging beginnen: niet meer het werkelijk bestaande te idealiseren, maar het ideaal te verwerkelijken…

Alle nihilisten hollen naar het einde, dronken van vernietigingsdrang. Maar in de woestijn, die ze dan voor zich hebben, moet opnieuw geleefd worden. Daarmee begint voor 9068018566Nietzsche de uitputtende onderzoekingstocht.

‘Kan men leven zonder iets te geloven?’ Nietzsche‘s antwoord luidde bevestigend. Ja, dat kan men, indien men dit methodisch doet, als men het nihilisme tot in zijn uiterste consequenties doorvoert en als men, aangekomen in de woestijn en vertrouwend op wat gaat komen, daarbij zowel smart als vreugde ervaart.

In die wereld, alsdan bevrijd van God en van alle zedelijke afgodsbeelden, is nu de mens eenzaam en zonder meester. Niemand heeft als Nietzsche, en daarin verschilt hij wel heel sterk van de romantici, doen zien dat een dergelijke vrijheid verre van gemakkelijk te dragen is. De geest kan slechts zijn ware vrijheid vinden door nieuwe plichten te aanvaarden. Zijn wezenlijke verdienste is geweest duidelijk te maken dat, zo de eeuwige wet al geen vrijheid is, de afwezigheid van iedere wet dit nog minder kan zijn. Als het menselijke lot niet bestuurd wordt door een hogere waarde, als het toeval koning is, dan ligt de weg naar het duister open, de weg naar de afgrijselijke vrijheid van de blinde. Anders gezegd: het nihilisme leidt, volgens Nietzsche, tot de ascese. Een diepere logica vervangt aldus Karamazovs ‘indien niets waar is, is alles geoorloofd’ door een ‘indien niets waar is, is niets geoorloofd’. Ontkennen dat ook maar iets verboden zou zijn op deze wereld komt er op neer dat men afziet van alles wat toegelaten is.

‘Indien men de grootheid niet vindt in God, vindt men haar nergens; dan moet men haar loochenen of haar scheppen.’ Haar scheppen was de bovenmenselijke taak waarvoor Nietzsche heeft willen sterven. Hij wist inderdaad dat zulk een schepping slechts mogelijk is voor wie tot het bittere einde der eenzaamheid is gegaan en ook dat de mens slechts tot deze duizelingwekkende krachtsinspanning kan overgaan indien hij, in de uiterste geestesellende, zich voor deze keus gesteld ziet: die taak op zich nemen of sterven.

Als de opstandige dan God lastert, geschiedt dit in de hoop dat een nieuwe god zal verrijzen. Het contact met een aller diepst religieus sentiment doet hem wankelen, maar dit sentiment is geboren uit de teleurstelling.

Op het ‘Ik verzet mij, dus wij bestaan’ laat hij dan nog volgen: ‘En wij zijn eenzaam.’

 

 

Bron: Albert Camus, de Mens in Opstand

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s