Shameless

Come and watch pikeys making a mess of the lives they were given by Him upstairs! — Frank Gallagher, Shameless opening monologue shameless_1216435c

In een pauperwijk van Manchester confronteert Paul Abbot ons met zijn televisieserie Shameless (2004), waarin we een gemeenschap zien die zich weinig aantrekt van de
moraal. Alles is geoorloofd. Criminaliteit, drugs, alcohol, losbandig en gewelddadig; er is niets meer over van hoe onze lieve Heer het bedoeld heeft, Deze lijkt zelfs volledig verdwenen. De enkeling die nog wel godsdienstige aspiraties heeft, komt in de problemen vanwege het schaamteloze milieu. Frank Gallagher, een alcoholistische vader en tevens een van de hoofdpersonen, zal je in ieder geval -in zijn dronkenmanstaal- wel duidelijk maken waarom er geen hoop, geen God en al helemaal geen moraal is. Op het moment dat hij stelt dat we voorbij goed en kwaad zijn, en ik daarin Nietzsche herken, word ik pas echt nieuwsgierig.

De wereld van Shameless laat ons zien dat moraal niet (meer) bestaat. In de film Kids (1995) van Larry Clark zien we een wereld van jonge mensen, bijna kinderen, die eveneens de ganse dag rondhangen op straat om drugs te gebruiken. Een opvoedende, zorgende hand lijkt afwezig. Nog een voorbeeld is Project X (2012). Een film van Nima Nourizadeh. Deze film toont ons een uit de hand gelopen verjaardagsfeestje. Waar de jarige jongen het rustig wil houden, promoten zijn vrienden en anderen het evenement zo uitbundig dat er meer dan duizend man op afkomt. Het gevolg is een enorm festijn, waar niets te gek is; er bestaat geen beugel waar iets niet doorheen kan. Genoemde voorbeelden trekken niet alleen veel kijkers, het zijn voorbeelden van waargebeurde verhalen. Dit is er aan de hand! De maker van Shameless, Paul Abbot, kon zo zelf uit de serie zijn gestapt met een alcoholistische vader die zijn kinderen verwaarloost in een achterbuurt. De kinderen in Kids zijn geen van allen acteurs en de meeste beelden zijn niet in scène gezet, maar gedocumenteerd. Project X is gecreëerd naar aanleiding van een soortgelijk uit de hand gelopen feest in Amerika en heeft na het uitbrengen van de film veel respons gehad. Zo zijn er soortgelijke relfeesten in heel Europa ontstaan, ook in het Nederlandse Haren (2012).

Grootschalige  uitspattingen kennen we al sinds het begin van de wereldgeschiedenis, maar het contrast met een bepaald, objectief moraal waarin het vroeger stond, is min of meer verdwenen. In ieder geval in bovenstaande werelden, in zoverre deze een weerspiegeling van de werkelijkheid zijn. De moraal is kunstmatig geworden en heeft haar autoriteit verloren. Wanneer je het belangrijk vindt om normen en waarden te handhaven, is het je eigen verantwoordelijkheid om die te scheppen en je eraan te houden. Kinderen opvoeden, niet stelen, onderwijs volgen, respect hebben voor elkaar; allemaal codes die voor velen geen imperatief meer vormen, al helemaal niet in de wereld van Shameless. Een eventuele waarheid is opgegeven. Het leven naar het Shameless-model vormt niet per direct een probleem, je wordt namelijk niet onmiddellijk de maatschappij uitgeschopt. Wanneer je weigert te werken en er meer voor voelt om de dagen ledig en beschonken door te brengen, mag en kan je alsnog op jouw manier participeren. We kunnen elkaar nauwelijks meer tegenspreken. Mijn vraag over de mogelijkheid van het bestaan van God in een wereld zonder integrale moraal, is ontstaan doordat er in de serie Shameless door sommige figuren een geloof in God wordt beleden, al geeft hun leefwijze blijk van het tegenovergestelde. Ik vraag mij daarbij af: Wat zijn de gevolgen van de seculiere moraal voor de godsdienstige mens? Wat gebeurt er wanneer de gelovige mens ‘met zijn tijd meegaat’, door ook het moraal van zich af te werpen, maar toch zijn God wil behouden? De secularisatie gaat de godsdienstige kringen namelijk niet voorbij.

We worden niet ineens allemaal beesten. De leefwereld van Shameless heeft nog niet de gehele planeet besmet. Nee, de hel breekt niet  in letterlijke zin los, dit proces verloopt  subtiel. “De duivel op sokken, in plaats van klompen” zei een dominee jaren geleden. Deze uitspraak doet me denken aan andere waarschuwingen en roept allerlei associaties op. De eerste komt van Dostojewski’s hand. De Russische schrijver lijkt in Gebroeders Karamazov (1879) te schetsen dat zodra de moraal weg valt, alles geoorloofd is en dit waarschijnlijk ook zal gebeuren. Wanneer het personage Dmitri Karamazov, net als Frank Gallagher uit Shameless, weer eens zijn streven tot edelmoedigheid opgeeft, gedraagt hij zich als een beest. Alleen de grote moraal kan hem af en toe op de been houden. Zodra deze weg valt is niets hem te gek, dan geeft hij zich over aan het drinken en vechten. Nietzsche zegt niet veel later, in zijn boek Vrolijke Wetenschap (1882), dat God dood is en daarmee de moraal. Hij stelt dat we de gevolgen onder ogen moeten zien en er naar moeten handelen. Dit betekent dat we niet meer moeten doen alsof er nog wel een God of een moraal bestaat, terwijl we daar niet meer in geloven. Nietzsche lijkt zijn ontdekking echter te ervaren als een opluchting, of zelfs een bevrijding. Ook Bob Dylan lijkt dit te bejubelen, die later (1964), zingt dat de moeders en vaders goed moeten beseffen dat hun kinderen de moraal beu zijn; de tijden veranderen! Een vluchtige greep uit de geschiedenis, maar met de blik op wat er nu aan de hand is. De tijden zijn flink veranderd. Niet sinds kort, maar wel steeds heviger. Een gevolg is dat er een tv-serie als Shameless ontstaat. Maar hoe kan het dan, als die moraal blijkbaar niet meer bestaat, dat we nog wel doen alsof er een moraal bestaat? Op figuren als Frank Gallagher en Dmitri Karmazov na, die we misschien allemaal wel kennen, houden we ons in het algemeen keuring in stand in deze beschaving, ook zonder God en moraal. Waarom luisteren we niet naar Nietzsche’s advies?

De beschaving staat nog overeind omdat er veel mensen zijn die vechten voor het huwelijk tussen secularisatie en moraal. Want ook al zeg je dat de moraal seculier is geworden, dan nog zeg je niet meteen dat God er niets meer mee te maken heeft, of dat er geen moraal meer is. In tijden dat God steeds meer naar de rand van de samenleving wordt geschoven en de traditionele godsdienst ouderwets aandoet, verzinnen we nieuwe termen. In het boek Moraal zonder God (2003) van Loobuyck kom ik veel herkenbaar gedachtengoed tegen. Onder andere lees ik dat we het waardevolle van godsdienst getransformeerd hebben naar de ethiek, wat ik op verschillende niveaus zie gebeuren.

‘Het christelijk geloof fungeert dan enkel nog als een ‘context van de ethiek’ en de evangelische inspiratie kan de moraal niet veranderen, enkel ‘verdiepen’. Er bestaan dus geen aparte christelijke waarden, er bestaan alleen menselijke waarden waarmee men als gelovige aan de slag moet. (…)Het evangelie brengt enkel een nieuw ‘motief’ aan.’

We zijn gedoemd tot een vrijheid waarin de relevantie van een God weg is, waardoor we dus de noodzakelijkheid zelf moeten verzinnen. We blijven ons gedragen omdat de wereldgeschiedenis ons geleerd heeft dat het op deze manier ‘handig’ is voor de mensheid, en niet vanwege de gehoorzaamheid aan een God. Kunnen we dan zo gemakkelijk de christelijke moraal overnemen door enkel het goddelijke sausje er af te halen? Wanneer ik verder lees in Loobuyck merk ik dat veel vrijzinnigen denken dit probleemloos te kunnen doen. Daar tegenover beweren theologen echter dat zij hun ‘objectieve moraal’ probleemloos kunnen blijven verdedigen.

“Vrijzinnigen en moderne moraaltheologen zijn als het ware in hetzelfde bedje ziek, want ze zetten al te onbezonnen in op het onproblematisch bestaan van een autonome moraal.”

Het probleem is dat er op deze manier theologen kunnen rondlopen die als het ware zonder God leven, en andersom:

“Veel moderne moraalfilosofen zijn ‘naïeve atheïsten’ die onbewust in religieuze termen blijven denken.”

Dit zijn nogal straffe uitspraken, maar het geeft wel de kern aan van mijn angst wat betreft dit thema: hoeveel mensen belijden een schijngeloof? Om dit voor mijzelf uit te zoeken probeer ik te onderzoeken hoe ik het seculiere wereldbeeld met de religieuze moraal kan verenigen. Hierbij stuit ik op het volgende probleem: het liefst wil ik een objectieve moraal die daarnaast en tegelijkertijd ook nog eens motiverend is. Dit lijkt onmogelijk. Met een seculier wereldbeeld is het idee van een objectieve moraal buitengewoon lastig. Elk mens heeft z’n eigen waarheden en verantwoordelijkheden; het idee van een universele moraal, door God uitgegeven en geladen met Zijn autoriteit, voor iedereen gelijk, is moeilijk uit te leggen in het postmoderne denken. We raken tegenwoordig niet gemotiveerd door een morele werkelijkheid, de autonomie van het subject staat centraal! Dit betekent dat de moraal aan motiverende kracht kan winnen, maar ook dat ze haar objectiviteit verliest. Mijn wens kan dus niet bevredigd worden.

Om meer te weten te komen over de theïstische moraal binnen een seculier wereldbeeld kom ik uiteraard bij de al eerder aangehaalde Nietzsche. Ik ben bang dat hij onder andere zal aanraden dat ik die religieuze moraal moet loslaten. Alvorens in zijn filosofie te duiken zoek ik eerst kerkvader Calvijn op, om hem tegenover een ogenschijnlijke opponent te zetten die, naar verwachting, de christelijke moraal zal verdedigen. We beginnen dus bij het ‘veilige’, al kan dit een zware preek betekenen. Zo ook in dit geval.

“De geest van de mens gaat een doolhof binnen, als hij aan speculeren toegeeft. Indien de filosofie met Christus wordt vermengd, zal zij niets anders zijn dat het bederf van de geestelijke leer. God heeft grenzen aan de rede gegeven en die moeten we niet pogen te overschrijden, het is ons niet geoorloofd om in de verborgenheden Gods [Deut. 29:29] door te dringen”

Ja, de rede kan je flink van het pad afbrengen. Ik zal er voor waken. Voordat ik Nietzsche
over mijn problematiek laat buigen, laat ik hem eerst Calvijns waarschuwing tegenspreken en tegelijk iets over God zeggen.

“Ik ben te nieuwsgierig, te onderzoekend, te overmoedig om met een onbehouwen antwoord genoegen te nemen. God is een onbehouwen antwoord, gespeend van verfijning jegens ons denkers-, eigenlijk zelfs een ronduit onbehouwen verbod aan ons adres: gij zult niet denken!”

Zo, we kunnen beginnen. De moraal!

“Moraal als vampirisme; als de list het leven zelf uit te zuigen, bloedarm te maken. Wie de moraal blootlegt, heeft tegelijk de onwaarde van alle waarden blootgelegd waaraan men gelooft of heeft geloofd;”

Dit is inderdaad gebeurd. De moraal is, vooral in het voorbeeld Shameless, binnenstebuiten gekeerd en ligt naakt weg te rotten.

“Het hiernamaals, ware wereld, werd bedacht om de enige wereld die er bestaat van haar waarde te ontdoen, om geen doel, geen zin, geen taak voor onze aardse realiteit over te houden! Het begrip ‘zonde’ bedacht tezamen met het bijbehorende folterinstrument, het begrip ‘vrije wil, om de instincten in verwarring te brengen, om het wantrouwens jegens de instincten tot tweede natuur te maken!”

Nietzsche pleit hier mijns inziens voor een wereld die we moeten aanvaarden als wereld op zichzelf, zonder de constructies van schuld en boete. Wanneer we niet meer lijden voor een transcendente macht, waar lijden we dan voor? Nietzsche zegt dat we willen lijden, mits het een zinvol lijden is. De gedachte dat er een God zou bestaan om voor te lijden, betekent bijvoorbeeld al zingeving.

“Het lijden werd erdoor verklaard; de ontzaglijke leegte leek gevuld; voor ieder suïcidaal nihilisme ging de deur op slot. Die verklaring – het lijdt geen twijfel – bracht nieuw lijden mee, dat dieper was, innerlijker, giftiger, en zich dieper in het leven invrat: zij plaatste al het lijden in het perspectief van de schuld… Maar ondanks dat alles… werd de mens erdoor gered, hij had een zin, hij was voortaan niet meer een blad in de wind, een speelbal van de onzin, van de ‘zinloosheid’, hij kon in het vervolg iets willen…”

De figuren uit Shameless zitten gevangen in hun lijden. Ze hebben geen mogelijkheden om langdurig weg te gaan en hebben elkaar nodig. Stiekem zijn ze verliefd op hun eigen rotzooi en kent het lijden, zoals het in de serie wordt gepresenteerd, ook weer haar charmes. En dat terwijl ze geen betekenis hebben voor hun lijden, niet zoals Nietzsche het stelt. Ze weten dat het ellendig is maar het lukt ze af en toe te handelen alsof het prachtig is. De Shameless-mens lukt dit elke aflevering weer. Hoe doet de religieuze mens dit? Hiervoor geldt eerder: De wereld is ellendig maar de ‘belofte’ is prachtig. In Shameless hebben ze lak aan die belofte, de drankjes en de liefde tussendoor maakt het prachtig. Frank Gallagher, de vader, de cynicus, de ondergrondse mens, predikt dat men geen hoop moet koesteren. Er is geen hoop, er is niets. En dat ‘niets’ moet je recht in de ogen staren en in het gezicht spuwen. Het wordt interessant wanneer een enkeling uit de serie graag het geloof wil omarmen, maar vanwege dit gedemoraliseerde milieu in de problemen komen. Deze worsteling uit zich in vaak prachtig geschoten monologen, mede dankzij het af en toe onconventionele camerawerk, het moeilijk verstaanbare accent en de grove uitspattingen. Zo gaat Shameless, en dat is tevens de kracht van de serie, zowel over het banale van alledag als hedendaagse moraalfilosofische kwesties.

Frank Gallagher, die het hardst schreeuwt dat God niet bestaat, heeft in de serie het meest met God te maken. Hoe zwartgallig en dronken hij ook is, telkens vervalt hij weer in een innerlijke strijd van schuld, wroeging, spijt en overlegt hij met “Him upstairs”. Wanneer het hem dan weer even voor de wind gaat en z’n kinderen bijvoorbeeld toch niet dood blijken te zijn, zet hij zichzelf weer als eeuwige stamgast op z’n vaste krukje aan de bar. Hij wil geen baan, hij wil geen verantwoordelijkheden, hij wil z’n kinderen niet helpen – hoogstens gebruiken – en denkt er niet over om verder iets van z’n leven te maken. De drank en de drugs zijn uitgevonden om het genadeloze leven te kalmeren. Zo is Frank Gallagher een uiterst voorbeeld geworden van hoe het kan verkeren als een man geconfronteerd wordt met het leven dat zich voordoet als absurd, zinloos en leeg en daarom besluit op te geven. En ook al is zijn situatie ellendig en gedraagt hij zich enorm bot: We kunnen met hem meeleven, om hem lachen en af en toe zelfs medelijden met hem hebben.Untitled1

Om de vraag te beantwoorden hoe iemand vroom
kan zijn in het huis van de dwazen heb ik het
thema persoonlijk gemaakt. Ik laat het decor van
Shameless los en betrek het op m’n eigen leven. Het
decor verplaatst zich van Manchester naar mijn
studentenhuis in Nederland. In één van de mindere
wijken van een kleine stad stel ik mijn camera op. Midden in een kraakpand vol jonge mensen: studenten, feestgangers, drugsgebruikers,
criminelen, gelovig en ongelovigen. Een beetje calvinist zal dit huis al snel als het hol van de duivel bestempelen. Ik heb zeventig dagen en nachten de camera laten draaien en heb deze  documentaire 10 x 7 dagen genoemd. De kijker ziet de nachtelijke feesten afgewisseld  met de ledigheid van de dag. De overeenkomsten met Shameless zijn duidelijk aanwezig, doordat ik zelf in de huid van Paul Abbot kroop. Ik vond geen tot nauwelijks teken van de godsdienstige moraal,  niet onder de christelijke huisgenoten;  niet bij mezelf. De kijker zal het hoogstwaarschijnlijk ook niet vinden. Wel is er liefde, geluk en vriendschap, zij het op de Shameless-manier. Wat betekent dit? Is deze fase, die ik als goddeloze worsteling aanschouw, niet simpelweg het natuurlijke proces van menswording? En aanschouw ik het niet als zodanig vanwege mijn  jeugd in een gereformeerd klimaat?

Deze documentaire heb ik niet gemaakt om te provoceren, heilige huisjes bestaan voor mij niet meer, op een paar plekken na. Soms verlang ik naar die plekken terug, maar dat is onmogelijk, en dat is pijnlijk. Vaak ben ik overgeleverd  aan de leefwijze van Shameless en 10 x 7 dagen, en daarmee zit ik klem tussen de wal en het schip. Al vijf jaar ben ik bij de heilige huisjes vandaan en toch ervaar ik nog elke dag ‘de ledigheid als des duivels oorkussen’. Vind ik eigenlijk dat ik het Woord driemaal daags moet openslaan, de knieën op de grond moet slijten en een blik naar boven moet werpen. Maakt mij dit tot een jammerlijk geval van hevige indoctrinatie, waar ik van verlost moet worden? Of maakt me dit juist een  Christen? De tekst die hierbij komt kijken is dan eindelijk vanuit de Bijbel, om preciezer te zijn, uit de Statenvertaling: “Want een dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan den dorpel in het huis mijns Gods te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid.”

Tot nu toe gun ik mezelf onderzoeksruimte in de tenten der goddeloosheid. Hier heb ik mooie(re) vrienden gevonden. Hier heb ik goede films, boeken en kunst gevonden. Hier heb ik voor het eerst muziek gehoord. Hier heb ik mijn christelijke rituelen aan de kant gezet en gepoogd God te bewaren. Ik heb blijkbaar wel zin in God maar niet in wat er bij komt kijken. Valt dit te rechtvaardigen? Vindt God dit oké? Is geloven een werkwoord of kan het ook enkel een theoretische aanname zijn, welke voor de rest geen invloed op je dagelijks leven hoeft te hebben? Of moet ik wachten tot God er langzaam weer bij komt, naarmate ik meer mens word?

Elk ‘goed’ Christen zou zeggen dat het geloof moet leven. En voor een levend geloof is de figuur Jezus essentieel. Door Hem kom je voorbij goed en kwaad, Hij heeft de wet vervuld door zijn alomvattende liefde. De objectiviteit van Zijn moraal is in eerste instantie niet relevant, het is belangrijk om gemotiveerd te zijn voor Zijn liefde, dan komt die moraal wel goed. Daarmee staat Jezus tegenover alle hedendaagse voorbeelden van cynici, fatalisten en neoliberalen. Moet ik de titel van dit essay veranderen in ‘Hoe Jezus alsnog het antwoord op alles wordt?’ Zelf heb ik Jezus nog niet volledig omarmd als Verlosser, denk ik, al zal ik dolgraag willen.

Mijn probleem met het Jezusfiguur, en hoe hij tevens de oplossing is, laat zich redelijk goed uitleggen. In mijn verhaal hebben we enerzijds God de Vader, als auteur en wethouder van de moraal, doorgegeven door sleutelfiguren als kerkvader Calvijn. Dit is de God van mijn jeugd. Anderzijds hebben we Frank Gallagher, de andere vader, die ons confronteert met de irrelevantie van de moraal in deze tijd. Dit is de God van mijn adolescentie. Beide vaders zetten flink hun afdruk op mijn ontwikkeling. Door de strengheid van deze totaal verschillende vaders ontstaat er een fikse kloof, waarin het moeilijk is om in volle vrijheid te leven, alles wordt gekenmerkt door deze tweestrijd. Hoe kan Jezus deze kloof dichten?

Voordat Jezus zich voordeed als goede Herder, of voordat ik Hem wilde accepteren, zocht ik eerst bij Nietzsche mijn heil. Dit figuur lijkt prima in staat om de kloof te dichten. Ik probeer Nietzsche als zoon te zien, omdat het beeld van de zoon mooi is om de kloof te dichten. Nietzsche laat zich zeer goed lenen voor de rol van de zoon, hij is in feite een enorme puber. Hij verzet zich keihard tegen de moraal, zoals vader Calvijn het ons wil leren, en werpt deze zelfs overboord. Met deze puber werd mijn tweestrijd alleen maar groter.

Nietzsche vormt de antagonist. Jezus, de zoon van God, is daarmee de protagonist. In al Zijn mildheid blijkt hij zeer geschikt om de kloof, zoals hierboven beschreven, te dichten. Zijn moraal is onmeetbaar. Wanneer ik bijvoorbeeld alleen al naar het evangelie van Johannes kijk kom ik al twee voorbeelden tegen die dit aantonen: soms vergeeft Hij de overspelige vrouw (Joh 8: 3-11) en op een andere dag trapt hij de arbeiders van de markt, mensen die gewoon hun werk doen (Joh 2: 13-16).13 De moraal kan dan wel irrelevant zijn, een religieus mens (iemand die Jezus aanvaardt) gaat daaraan voorbij en wil vanuit de Liefde van en voor Jezus tot het oneindige door blijven strijden.

Ik zou die Jezus wel willen. Voor nu zit ik vaak nog tussen het niets en het niks en ontheilig ik alle gewenste rituelen. Ik sluit mijn ogen niet meer om te bidden, sla de Bijbel niet meer open om naar het Woord te luisteren en bezoek geen kerk meer om samen te komen met mijn Broeders en Zusters. Er is overigens niemand die het me kwalijk neemt, op een paar figuren uit het verleden na. Ik heb het gevoel dat Nietzsche me adviseert deze vrijheid door te zetten, wat betekent dat ik God voorgoed vaarwel moet zeggen. Alsof ik door God uit te drijven ook mijn laatste stukje ‘beperking’ of ‘angst’ uitdrijf, en deze uitdrijving zou Nietzsche volkomen rechtvaardig vinden. Alsof Nietzsche me dat zou gunnen, nee, dat het m’n plicht is om deze vrijheid toe te eigenen! Dit heb ik nooit gewild. Het is vreemd om te merken dat, ondanks alles, het geloof diep in mij vaststaat als een blok beton, onverschuifbaar. Er kan een seculier oerwoud omheen groeien, een goddeloos klimaat tegen botsen, jaren alleen gelaten worden, het blok blijft rustig op z’n plek. Het oerwoud mag doorgroeien, het blok beton blijft daar onverschillig onder. Het mag niet verloren gaan, zonder twijfel. Zonder beton wordt het oerwoud duister, ontoegankelijk, onleefbaar. Ik leef in Nietzsches oerwoud en in de pauperwijk van Shameless, met een bijzonder groot verschil.

 

 

 

Literatuur

Abbot, P. Shameless, televisie-serie, Groot-Brittannië, Chanel 4, 2004 – 2012

Calvijn, Institutie, Utrecht, Den Hertog’s Uitgeverij B.V., 1977

Clark, Kids, Film, New York, 1995

Dostojewski, F.J. Gebroeders Karamazow, Wageningen, L.J.Veen, zesde druk, 1969

Laan, D.L. 10 x 7 Dagen (video), Zwolle, 2011

Loobuyck, P. Moraal zonder God? Pleidooi voor moreel fictionalisme. Gent, Damon, 2005

Nederlandse Bijbelgenootschap, De nieuwe Bijbelvertaling, Heerenveen, NBG, 2004

Nietzsche, F. Ecce Homo [autobiografie], Amsterdam, de Arbeiderspers, 2000

———-. Genealogie der moraal, Amsterdam, de Arbeiderspers, 1980

Nourizadeh, Project X, Los Angeles, 2012

Advertenties

2 thoughts on “Shameless

  1. Derko, ik schrik m.n. van het laatste deel van je blog:” ik sluit m’n ogen niet meer om te bidden, sla de Bijbel niet meer op, ga niet meer naar de kerk” enz. Laat ik dan maar horen bij “de figuren uit het verleden”. Wat is er toch met je aan de hand? Ik was bij je doop aanwezig. Gepreekt werd over Matth. 24:12: En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde (tot God en de mens) van de meesten verkillen.
    Ik was er bij toen je belijdenis deed. Je bent toen gezegend en je hebt een belofte gedaan. Geldt dit dan allemaal niet meer? Er moet toch iets aan je geweten gaan knagen?

    Toch houd ik onvoorwaardelijk van je en daarom maak ik me ook zoveel zorgen. Weet dat ik alle dagen voor jou ( en de anderen) bid. Laat s.v.p. Nietzsche links liggen.en gedenk wat er met Pasen voor jou is betaald! Wees er van doordrongen!

    Liefs van mij.

    • Mijn geweten knaagt minder dan toen ik wel naar de kerk ging. Tegenwoordig ben ik op constructieve wijze (voor mijn gevoel) met mijn tocht bezig, lees inmiddels weer in de Bijbel, en heb God noch Liefde verloren. Sterker nog, het lijkt erop dat ik ze voor het eerst waarlijk vind. Daar was misschien een onorthodoxe route voor nodig, en mijn oprechte spijt als u dat gekwetst heeft, maar het was wel een noodzakelijke route, ben ik van overtuigd. Ik geloof in een heenreis -de herwaardering van de waarden, om dan toch maar met Nietzsche te spreken-, en een terugreis -om Nietzsche verder links te laten liggen- en terug bij God en Liefde te komen. Dank voor al die momenten dat u inderdaad aanwezig was, maakt u zich geen zorgen, het komt allemaal goed. En al hou ik me op het moment niet aan alle rituelen (die komen wel weer, op wat voor manier dan ook), ik ben er van doordrongen wat er door God mogelijk is, en hoe ellendig het is als ik dit vergeet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s