Erasmus, een ironisch zedenpreker.

Het humanistische ideaal bestond in een wonderlijke vermenging van christendom en heidense wijsheid. Volgens eigen zeggen werd er naar niets anders gestreefd dan naar een waarlijk christelijk leven in overeenstemming met het evangelie. Maar omdat te bereiken werd een grote kennis van de klassieke talen en letterkunde onontbeerlijk geacht. En een levensstijl waarin een ontwikkelde esthetische smaak een zeer dominante rol speelt. Erasmus moest, om die klassieke talen (de Bijbel) te beheersen, klassieke literatuur lezen en kwam zodoende in aanraking met heidense denkers. Al lezende bleken deze zo gek nog niet te zijn. Daarmee was een nieuw probleem ontstaan. Hoe konden mensen al iets waardevols, iets waars, te vertellen hebben zonder kennis van Gods openbaring? De heidense wijsgeren konden doordringen in de wijsheid die God in de natuur had ingebouwd.

Zijn hele leven heeft Erasmus het veruiterlijkte christendom bestreden, de mensen die dachten christen te zijn door dagelijks tien weesgegroetjes op te zeggen, op vrijdag vis te eten, of nog vromer: in het klooster te gaan, hun kruin te laten scheren en in een ruw geweven mantel rond te lopen. Het ging hem om een innerlijke beleefde en sociaal geuite vorm van christendom, de rest was franje. Of erger. Erasmus heeft zich echter nooit tot Luther willen bekennen, hoezeer hun standpunten ook op elkaar leken.09_A_Erasmus

Een ironisch zedenpreker is Erasmus, vroom en vrolijk. Want wat niet met plezier gedaan wordt houdt geen stand. Hij is in menig opzicht simpelweg de welbespraakte pleitbezorger van het gezonde verstand. Redelijkheid, matigheid, eenvoud: dat vond hij belangrijke karaktereigenschappen. Fris in de kleren, een verzorgde schrijfstijl, humor en smaak maakten allemaal evenzeer deel uit van de filosofie die hij leefde. Als zodanig was Erasmus eeuwenlang een schoolvoorbeeld van het leven zoals het leven bedoeld scheen te zijn.

De esthetisch bijzonder gevoelige Erasmus heeft geen speciale ideeën over kunst. Andere belangrijke denkers uit de renaissance, bloeitijd van alle kunsten, hebben die overigens evenmin. Maar bij Erasmus is dit des te opvallender omdat hij zich steeds zeer gevoelig toont voor alles wat met smaak en vormgeving te maken heeft. Hij lijkt te zeggen: Kunst is een onschuldig plezier. Zolang het dat blijft, want als het meer wordt, dan schaadt het. En de letteren dan, die beoefend moeten worden om de ziel te adelen? Ja, de letteren worden inderdaad door dik en dun verdedigd. Maar meer om de goddelijke wijsheid die er in uitgedrukt ligt dan om de menselijke vindingrijkheid. De letteren worden verdedigd omdat ze, en in zoverre ze, de ziel adelen. Alle dingen moeten beoordeeld worden met oog op dat doel.

Bron: Mol, filosofen over het belang van kunst

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s