De Cynicus als Levenskunstenaar; nergens aan meedoen en glimlachend de boel bekijken.

De cynici hebben geen school opgericht, omdat men nauwelijks op ze kon rekenen. Het fragment, de anekdote, de kwinkslag – dat zijn de vormen die het best beantwoorden aan de cynische bedoelingen. Diogenes was bevrijd uit een wereld die volledig opgaat in futiele activiteiten – politiek, handel, oorlog, landbouw, vaderschap, huwelijk. De cynicus ontwikkelt een esthetische houding ten aanzien van de wereld: hij stelt zich op als een onbetrokken, glimlachende toeschouwer, met de aanmatiging van degene die weet waaraan hij is ontsnapt wanneer hij ziet hoe anderen zich koppig in de nesten werken. Zijn geweten is zever, zijn blik scherp, zijn heldere verstand meedogenloos.

De onverbiddelijke scherpzinnigheid van Diogenes is geen pessimisme. Sinds Aristoteles kent men het mysterieuze verband tussen de geniale mens en de melancholie; het teveel aan gal, dat men verantwoordelijk achtte voor de melancholieke temperamenten, gaat niet op voor de cynicus, die door zijn plezier in de praktijk wordt behoed voor dergelijke onaangenaamheden. Het is zelfs enigszins optimistisch; alleen degene die niet hoopt, is tot genietingen en gelukzaligheid in staat. De werken van de cynicus houden een afwijzing in van de wegen die nergens heen leiden en een voorkeur voor de paden die leiden naar autonomie en onafhankelijkheid: het gaat erom je uniciteit op te bouwen als een kunstwerk waarvan geen tweede bestaat.

De filosoof als arts van de beschaving is een metafoor die zowel Schopenhauer als Nietzsche sterk zal aanspreken. Diogenes is een van de eerste artsen die alle kwalen behandelt – of de eerste psychiater – waar Socrates zich alleen beriep op de gynaecologie en de verloskunde.

Ziekte, traagheid en vetzucht zijn voor de cynici verwant: als een geest bezwaard is, komt diogenesdat door zwaarlijvigheid, en een mens die zich niet oefent in een besluitvaardig en wilskrachtig leven, is als een varken. De filosoof onderhoudt, beurtelings als kunstenaar, arts, atleet en danser, meer betrekkingen met de esthetica dan met de wetenschap, is meer betrokken op het schone dan op het ware. Diogenes is het tegendeel van een positivist – Kierkegaard zou hem een ethicus noemen, Nietzsche een kunstenaar-filosoof.

Het vermogen te vernietigen is een van de kenmerken van de kunstenaar-filosoof. Het cynisch nihilisme laat daar geen twijfel over bestaan, maar het is een voorbereiding voor een nieuw waardenstelsel. Toen hij de ironie analyseerde, schreef Jankelevitch: ‘De cynicus gelooft in de vruchtbaarheid van de catastrofe en hij neemt dapper de verantwoordelijkheid op zich voor zijn zonde, opdat die onmogelijk, asociaal en onduldbaar zal blijken. Nietzsche zal hameren op de opoffering die word gevraagd van ieder die het waagt de grenzen van een moraal te overschrijden: ‘Degene die een schepper wil zijn in het domein van goed en kwaad, moet eerst een verwoester zijn en de waarden verbrijzelen’ (Zarathoustra, p.118)

Het westerse denken is bang voor de leegte en het irrationele, dat het ten koste van grote inspanning probeert te elimineren. Het mathematisch model is een obsessie sinds Plato, terwijl men het poëtische en beslissende model, dat men bij enkele presocratici ziet, zijn bevoorrechte positie zou moeten teruggeven. Alle kennis is onzuiver en wie niets te verbergen heeft, zal graag openlijk uitkomen voor de onzuiverheid van zijn gedachten en onderstrepen wat zijn belangen zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s