Over de Cynicus en zijn Baard. Is de hipster een moderne hond?

Tot in zijn kleding manifesteert de cynicus zijn streven naar onafhankelijkheid en zijn verlangen naar autonomie. De klassieke cynicus droeg een lange, verwaarloosbare baard. Wat Schopenhauer, die alleen gladgeschoren gezichten verdroeg, zwaar zou hebben mishaagd. Een door beharing overwoekerd gezicht herinnerde hem veel te veel aan het dierlijke. De cynici droegen dan ook juist een baard om hun verwantschap met het dier te onderstrepen. Diogenes zou Schopenhauers argumenten hebben opgevat als een pleidooi om zijn gezicht te laten overwoekeren door een wilde baard. In Parerga und Paralipomena schrijft Schopenhauer: ‘Dat men de manlijkheid, die men gemeen heeft met de dieren, prefereert boven menselijkheid, door in de eerste plaats een man en pas dan een mens te willen zijn. Helden, goden, monarchen en filosofen worden traditioneel voorgesteld als overvloedig behaarde figuren. De haren zijn doorgaans navenant: lang en tamelijk onverzorgd. De cynicus heeft een ruige bos haar. Hegel zegt hierover: De haardos heeft in het algemeen eerder het karakter van een plantaardige dan van een dierlijke vorm en bewijst niet zozeer de sterkte van het organisme, maar is veeleer een teken van zwakte.’ Misschien komt een dergelijk idee voort uit de constatering dat de barbaren het haar ‘sluik en loshangend’ droegen, ‘rondom kortgeknipt, zonder golvingen of krullen.’ Laten we het maar houden op de cynische gewoonte om de natuur haar gang te laten gaan, zodat de wanorde en de lengte mettertijd ontstaan. Op het punt van de lengte lijkt Hegel zich te 1390269822111vergissen- althans wat de symboliek betreft: de lengte duidt op het spirituele en de bijzondere kwaliteiten van kracht en, nogmaals, manlijkheid. Kortgeknipte haren beteken machtsverlies: dienaren, slaven, delinquenten en gevangen werden geschoren.

Voor een cynicus was het noodzaak om de conventies te minachten, zich vrolijk te maken over de blik van de anderen, en evenzeer om de kwetsbaarheid van de ernst en de superioriteit van elke spot aan te tonen. En waar Plato bijvoorbeeld de lichamelijke lusten verafschuwt, geeft Diogenes hieraan toe door telkens z’n behoeften onmiddellijk te bevredigen, om niets op te kroppen; ‘de wijze geeft de begeerte geen kans hem te vervreemden, hij dwingt haar veeleer te verdwijnen door het genot, de enige remedie tegen het libido.’

Zelfbeheersing is de grootste deugd: de wijze moet laten zien dat hij boven datgene staat wat zich voordoet, en zich er niet klein door laat krijgen. Een juist beoefend cynisme leidt tot een genieten van zichzelf. Tegenover de figuur van de hieratische en enigszins verwaande wijze stelt de cynicus de filosoof als vagebond voor. Niets bezitten maant tot een betere waarneming van wat Zijn inhoudt. Wie is filosoof? Filosoof is hij die zijn denken in zijn leven investeert en zijn leven in zijn denken.

De cynicus doet wat z’n natuur hem ingeeft en predikt de wanhoop; we moeten geen hoop hebben. Geen transcendente ideeën, het leven is kort, de wijsheid urgent. De deugd op de korte termijn. Een versmelting van doel en middelen in de hoop dat er een stijl uit voortkomt. De cynische mens is ontworpen voor de gehaaste mens. De lange wegen kennen veel te veel gewicht toe aan de middelen, zozeer dat de doeleinden bijna verdwijnen.

Dit zou me voorheen sterk aanspreken, en nu af en toe nog een beetje. Maar (mede dankzij Kierkegaard) wetende dat ironie, of wellicht zelfs cynisme, soms een noodzakelijke fase is in het leven, zou ik geen leven als cynicus willen leiden. Toch bestuderen we deze jongens nog even verder.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s