Nietzsche als superchristen en anti-christ

Het leven van Nietzsche is een van de grote tragedies van de menselijke geest. Zelden heeft iemand zo hoge prijs voor zijn genie betaald. Wanneer Nietzsche een andere denker zoekt, gaat hij helemaal terug naar Heraclitus. Hij zet zich af tegen alles wat tussen Heraclitus en de negentiende eeuw heeft afgespeeld, al heeft Schopenhauer hem sterk beïnvloedt. En daarom kan hij zich niet bedienen met de taal der begrippen die uit die tijd is voortgevloeid en spreekt hij vaak in beelden.

Nietzsche is anti-van-alles. Anti-moralist, antidemocratisch, antisocialistisch, antifeminist, anti-intellectualistisch, anti-pessimistisch en dit alles bij elkaar vormt het antichristelijk karakter van Nietzsche ‘s filosofie. “Het christendom is het symbool van de volkomen verdraaiing van de natuurlijke waarden. Het christendom heeft deze wereld – de enige die de mens gegeven is – tot een jammerdal gemaakt en het zwaartepunt naar een onbereikbaar ‘hiernamaals’ verlegd. Ik veroordeel het christendom, ik spreek tegen het christendom de vreselijkste aller aanklachten uit, die ooit een aanklager op de lippen heeft genomen… de christelijke kerk heeft niets onberoerd van haar verderf gelaten, zij heeft van elke waarde een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke rechtschapenheid een laagheid van ziel gemaakt.jesus+nietzsche

Zo, zo. Als christen kan je je om laatstgenoemde kapot schrikken, maar toch kan ik me vinden in veel van zijn anti’s. Maar ook in het tegenovergestelde. Zo ook Nietzsche:

Je kunt hem zowel als romanticus als antiromanticus schetsen, als Duitser, evengoed als anti-Duitser, als christen en als antichrist – omdat het namelijk een strijd is in zijn eigen boezem, een broedertwist tussen twee even sterke zijden van zijn natuur, die hij uitgevochten heeft. Over het christendom heeft hij bijvoorbeeld gezegd: De volmaakte christen is de hoogste vorm van het mensdom, die ik ooit persoonlijk heb ontmoet. In m’n hart ben ik het christendom nooit gemeen geweest. ‘De christen wil van zichzelf loskomen’ heet het in ‘Het geval Wagner’ – wie zou eigenlijk ooit hartstochtelijker, meer heldhaftig ascetisch, en hopeloos christen zijn geweest dan Nietzsche? Tot de ogenblikken van zijn ondergang kunnen wij de sporen volgen van deze onafgebroken strijd met de innerlijke christen.

Alles is tweestrijd. Ook bij mij speelt het parten; is het mijn binnenste dat het christelijke opzoekt of is het buitenste om mij heen dat me dwingt om het religieuze te vinden? Het lijkt alsof men dat eenvoudig bij zichzelf kan nagaan, maar zo simpel is dat niet. Als ik nu weer nadenk over de rol van religie en filosofie, dan lijkt het alsof er nog veel moet gebeuren, een gevoel dat ik bij de kunst anders ervaar. Waar in de kunst alles al lijkt gedaan, moet het in de filosofie nog echt beginnen. Of komt dat omdat ik als een amateur in deze tak van sport ben beland? Dat kan, maar nu lijkt het alsof filosofie de kapper is en de kunst een schoonheidsspecialiste. In het eerste zit altijd werk, het tweede is een luxe. Terug naar Nietzsche en de moraal!

De priesterlijke waarheden zouden vervangen moeten worden door filosofische waarheden, maar deze waarheden bestaan niet. Hij verklaart de dood van God maar rouwt er weinig om. Het is een soort opluchting voor hem en hij is er dankbaar voor. Het opent nieuwe perspectieven. In Genealogie van Moraal laat hij zien dat hij het niet kan hebben dat mensen in en door de moraal tot gehoorzame, slaafse kuddedieren worden herleid, terwijl de mens in essentie wil tot macht, creativiteit en vitaliteit is. Waarden moeten worden geschapen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s