Heidegger

Martin Heidegger was ook een van de vooraanstaande filosofen van het existentialisme. Ook hij was diep onder de indruk van Kierkegaard en Nietzsche.

Bij Heidegger gaat het over het zijn. De gewone man, die niet aan wijsbegeerte doet, heeft in z’n hart de vraag naar het zijn onderdrukt. Maar deze ,,natuurlijke’’ levenshouding is verkeerd, ze is een afval van het ware mens-zijn, een ontaarding, een oneigenlijk mens-zijn, waarvan we ons te bekeren hebben. De mens in het zijn, omdat het hem nergens anders als om het zijn te doen is. Daarom is alleen een existentiële antropologie de weg  naar het zijn.

‘Dit geheel van het zijnde is vooral niet een geschapen wereld. Want Heidegger kent geen God die de kosmos schiep. Neen, al het zijn, behalve het menselijk-zijn, is op zichzelf duister en vreemd. Toch spreekt Heidegger van wereld. Daarmee bedoelt hij al dát zijnde uit de duistere chaos dat de mens bij zichzelf heeft ingelijfd door er iets mee te maken te hebben.’Heidegger3

Ik kan volgen, al valt deze beschouwing ook op protestante wijze uit te leggen; God heeft wel de kosmos geschapen, de mens (en de gevallen engel) heeft het kwaad erin gebracht (het duistere ‘zijnde’), maar in die vreemde materie kunnen we keuzes maken en zo maken we ons de wereld eigen. Want ook al zijn we niet van de wereld, we hebben er inderdaad mee te maken.

‘De mens is de geschiedenis van zichzelf waarbij het accent op de toekomst ligt. Want de mens is in geen geval zijn verleden. Daar poogt hij zich in z’n vrijheid wanhopig van los te maken, hoewel elke poging daartoe tot mislukken gedoemd is. De echte mens is ook z’n heden niet. Immers z’n heden is slechts de springplank, waartegen hij zich in vastberadenheid afzet om in de toekomst zijn ware zelf-zijn te zoeken en… nooit te vinden. En daarom is het menselijk bestaan verscheurd, tegen zichzelf verdeeld, een niet op te heffen spanning tussen bestemming en lot, tussen vrijheid en natuur, tussen existentie en situatie. Ze wordt nimmer definitief, ze bereikt het ideaal niet, ze loopt op niets uit. Zo blijkt de vrijheid van de mens vastgeketend te zijn aan de hand van de eindigheid en van het niets. Bovendien is de menselijke vrijheid gebonden aan eigen toevallige situatie, die z’n noodlot is. Vanuit deze situatie gezien is het mens-zijn een ‘geworpen’ bestaan. Dit is de last van z’n lot, die hij nooit van zich af kan schudden, die hij slechts in vrijheid op zich kan nemen.’

Zo’n herkenbaar pessimisme kikkert me op. We zijn eindig en toevallig, dat voel ik wel aan. Maar ook ervaar ik Gods verhaal, Die zegt dat we bedoeld en onsterfelijk zijn. Maar dat laatste brengt een druk met zich mee, wat misschien maar goed is. Het is de verscheurdheid waar ik nooit uit ga komen, tenzij ik een keuze maak voor God. Wie weet werken er wel twee motoren in mij. Of in iedereen. Een aards lichaam (met hersenen die de eindige gedachten produceren), een hemelse ziel (die de goddelijke vonk voelt, een schreeuw om meer). Om bang van te worden, maar groter is nog de angst om hier niet mee bezig te zijn en in de verscheurdheid te bestaan.

‘De beleving van de angst, die plotseling diep uit ons eigen wezen opwelt en ons plaatst voor het niets. In die angst ontdekt de mens tot z’n schrik de volkomen zinloosheid van al het zijnde, waardoor hij op zichzelf wordt teruggeworpen om voortaan in het ware zelfkennis alleen zich te bekommeren om z’n eigen zijn en in  vrijheid z’n roeping tot zelfvorming te volgen.’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s