Kierkegaard, wat moet ik?

Kierkegaard kan niet anders dan ook ‘dichter’ zijn wanneer hij datgene wil zeggen waar het volgens hem op aankomt. Hij heeft een wantrouwen tegen alles wat algemeen en abstract is. Bijna de gehele filosofie vóór hem vat de grote, algemene problemen in het oog: de zin van (niet mijn, maar) het leven, de waarheid, de algemeen geldige beginselen voor het handelen. Men vond het vanzelfsprekend dat algemene problemen en de oplossing daarvan een hogere rang innamen dan de praktische vragen waar iemand in zijn leven mee te maken krijgt. De juiste oplossing van zulke afzonderlijke kwesties zou wel uit de algemene beginselen als vanzelf te voorschijn komen. Men kon het aan ieder overlaten daaruit de conclusies te trekken die op zijn geval sloegen. Kierkegaard ontdekt dat de werkelijke problemen in het leven echter steeds tot de zogenaamde ‘specifieke praktische vragen’ behoren. De vraag is niet; moet men dit of dat doen? Maar; moet ik, deze bepaalde mens in deze situatie door dit ogenblik bepaald, dit of dat doen? Zulke problemen zijn ‘existentiële’ problemen. Wil de filosofie zin hebben, dan dient zij haar aandacht daarop te richten.kierkegaard

Moet de filosofie dienen voor de mens in z’n algemeenheid? De massa? Of voor jezelf? Want ik bespreek  nu m’n eigen zaken, maar zou ik niet beter de problemen van de meeste mensen moeten bespreken? Is dat wel mogelijk? Of moet ik hopen dat mijn kwesties overlap hebben met eventuele lezers.

Existentie in deze betekenis heeft niets te maken met de verzorging van het uiterlijk bestaan door beroep, kostwinning, inkomen. Existentie is veeleer de meest innerlijke, onvatbare, persoonlijke kern van de individuele mens.

Maar hoe binden we in deze antropologie de filosofie tot het religieuze?

Kierkegaard wil bewerken dat de mensen weer tot enkelingen worden, maar niet tot enkelingen voor zichzelf, maar tot ‘enkelingen voor God.’ Niets is voor Kierkegaard zo stuitend al het feit dat in zijn tijd iedereen christen is, zonder dat ook maar iemand werkelijk christen is. Deze toestand is oneerlijk, en voor alles haat en bestrijdt hij juist de oneerlijkheid. Wat heeft het geloof dat God, in Jezus Christus mens geworden en in de wereld verschenen, een geloof dat als een absurditeit moet voorkomen; dat ons enkel kan geschonken worden als een genade van boven, en een sprong betekent buiten alle redelijke denken… Wat heeft geloof te maken met de lauwe, burgerlijke, uiterlijke kerkelijkheid waarmee de brave burgers zonder de minste innerlijke bewogenheid door doop, confirmatie en huwelijkssluiting heengaan? Christen-zijn betekent een breuk met vader en moeder, met alles en iedereen, het is ‘afzonderend en polemisch.’ Om dit christen-zijn mogelijk te maken moet de uiterlijke christelijkheid aangevochten en ontmaskerd worden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s