Kierkegaard, een feest van herkenning

Naar eigen zeggen heeft Kierkegaard geen jeugd gehad. Zijn vader was een strikt religieus man en dit heeft bij de jonge Soren Kierkegaard voor veel versombering en melancholie gezorgd. In 1838 stierf de vader en liet zijn zoon een vermogen na. Deze trachtte het niet te vermeerderen, zelfs niet eens intact te houden. Hij bewoonde het huis van zijn vader en leidde een leven dat er voor kwaadwillende uitzag als dat van een rijke nietsnut, die avond aan avond door de hoofdstraat kuierde (waarbij hij niet zelden de kwajongens achter zich aankreeg, die spotten over z’n weinig elegante uiterlijk), voor weldenkenden was ’t het leven van een geleerde die nu en dan een boek schrijft, omdat hij er plezier in heeft.

Ik tref gelijk een herkenning, maar ik ga eerst verder met zijn gedachtengoed, voordat ik  voorbarige verbanden zoek. Een eventueel feestje van verwante zielen kan later nog.

Na een innerlijke strijd, die hem bijna te gronde gericht had, was Kierkegaard tot het inzicht gekomen dat hij afstand moest doen van liefde en huwelijk, om een taak te volbrengen die hem opgelegd was, hem alleen onder miljoenen, als één van de twee of drie uitzonderlijke mensen van elke generatie, ‘die onder vreselijk lijden moeten ontdekken wat de anderen ten goede komt.’ Het vervolg van Kierkegaards levensloop is gauw verteld: hij gebruikt zijn erfenis om zijn werken te laten drukken. Als hij in 1855, tweeënveertig jaar oud, nog steeds zonder burgerlijk beroep, op het hoogtepunt van zijn geestelijke strijd, op straat ineen zakt en spoedig daarna sterft, is zijn vermogen opgeteerd.

Hoe vaak ik vroeger gedacht heb, in jeugdige overmoed en puberale grootheidswaanzin, dat ik tot eenzaamheid gedoemd was om onder vreselijk lijden een nog onbekend doel te vervullen, wat misschien in dit leven wel niet bekend zou worden en misschien wel niet zou bestaan. Het verschil is dat het andere paard voor mijn koets net zo sterk is, het paar dat zoekt naar het sociaal wenselijke, in mijn taken en in de relatie tot mijn naaste. Gekregen geld gebruiken om niet te hoeven werken en eigen werk te drukken zou bij mij niet bestaan. Maar dat is ook maar iets wat ik nu denk.media_xl_1402655

Indirect Persoonlijk

Zijn werk gaf hij uit onder een pseudoniem. Waarom speelde Kierkegaard dit verstoppertje? Hoopte Kierkegaard in ernst dat zijn auteurschap van deze geschriften in Kopenhagen verborgen zouden blijven? Hij koos deze vorm veeleer opzettelijk en hield er aan vast, ook nadat de pseudoniemen ontdekt waren – hij eist bijv. dat uit de werken enkel onder de pseudoniemen wordt geciteerd en weigert voor de meningen van zijn pseudoniemen uit te komen.

Hier zie ik verwantschap met mijn films, waarin ik enkel mijn personages laat praten en zelf mijn mond houd.

Kierkegaard houdt deze vorm van een indirecte mededeling voor de enige mogelijke. Voor hem is datgene wat zich direct laat mededelen, wat men als objectieve waarheid, als wetenschappelijk bezit kan hebben en dus ook aan een ander kan mededelen, geen waarheid; het is onbelangrijk en het leidt ons af van het eigenlijke. Hoe bedoelt hij dit? Want deze bewering van Kierkegaard slaat zowat alles wat tot nu toe filosofie was in het gezicht, maar leidt ons tot de kern van zijn eigen wijze van filosoferen, dat zich evenals Socrates altijd alleen in de dialoog, in het gesprek met een enkele mens ontwikkelt en dat de bedoeling heeft het vragen en denken wakker te roepen en hem zijn eigen waarheid te laten vinden- of uiteindelijk, nog meer ‘socratisch’, hem te brengen tot het weten van zijn eigen niet-weten.

Hier sluit ik me volledig bij aan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s