Schopenhauer en ik over het zijn van een Genie

Kunst is de beschouwing van de dingen, onafhankelijk van de wil. Genialiteit is volkomen objectiviteit, het vermogen zuiver beschouwend te zijn, ‘helder oog van de wereld’ te zijn, en wel niet voor een ogenblik, maar lang genoeg om het geschouwde in vorm weer te geven. De gewone mens, ‘de fabriekswaar van de natuur’ is daartoe niet bij machte. Reeds in zijn gelaatsuitdrukking overheerst de sfeer van het willen, van de begeerte; in het gelaat van het genie straalt de kennis. Weliswaar verwaarloost het genie, door zijn gerichtheid op het algemene, het voor de hand liggende. Terwijl hij naar de sterren schouwt, struikelt hij over de steen voor hem. Schopenhauer spreekt over de nauwe verwantschap van het genie met de waanzin. Slechts een zeer dunne wand scheidt beide.

Maar dit vermogen moet toch ook, zij het in veel geringere mate, aan de andere mensen toekomen. Hoe zouden zij anders voor de werken van het genie en de kunst ontvankelijk kunnen zijn?

6a00d8341d6af553ef0120a64774a7970b

Indien wij in de beschouwing van de kunst ontrukt worden aan de slavendienst van de wil, treedt plotseling die bovenaardse toestand in. Schopenhauers beschouwingen over de afzonderlijke kunsten laten zien dat hij een mens is die de diepste ontvankelijkheid bezit voor het schone en verhevene in natuur en kunst.

Soms denk ik dat ik geen genieën in mijn omgeving heb, soms vind ik iedereen een genie. Maar wat ik vooral vind, is dat het portret van ‘de filosoof’  steeds dubieuzer wordt. Hij lijkt vaak ‘de mislukte mens’, iemand die zich verschuilt achter zijn denken.  Hij hoeft geen lichamelijke arbeid te verrichten vanwege z’n uitzonderlijke taak, die hij vaak als enige begrijpt. Hij zou op een andere manier naar ‘de dingen’ kunnen kijken en heeft hier iets belangrijks over te zeggen en staat daarbij boven de massa. En dat terwijl de massa vaak niet inziet of erkent dat zo’n individu er inderdaad boven staat, maar juist eronder of erbuiten. De vraag is ook hoe zo’n ‘genie’ ontstaat. Wordt hij een genie door wat hij meemaakt of maakt hij mee wat hij meemaakt omdat hij een genie is? Een genie zijn lijkt me een moeilijke taak. Natuurlijk stel ik gelijk de vraag aan mezelf: In hoeverre zijn mijn bezigheden (als wat dan ook) gerechtvaardigd? Of is de filosofie, en de kunst, enkel ijdelheid en aardse genoegten en moet ik speuren naar mijn ‘eeuwigheidstaak’? ‘Je moet niet zoveel denken, daar wordt je je depressief van,’ zeiden ze vroeger.  Dat heeft me altijd verward; de activiteit ‘denken’ leidt altijd tot iets negatiefs wanneer het bovengemiddeld veel gebeurt. Niet denken zorgt voor nog meer ellende. De sport is om afleiding te zoeken. Zo, even een persoonlijke uitstap: terug naar Schopenhauer. Nog eventjes.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s