Schopenhauer. Een hopeloos pessimisme. Wat te doen?

Dat klonk hopeloos. Kan het simpelweg niet alsnog vooruitgang heten, enkel met het probleem dat de problemen niet opraken?

De wereld is niet logisch, maar evenmin onlogisch, zij is a-logisch. De rede is het werktuig van de redeloze wil. Schopenhauer breekt daarmede volkomen – en dit zal ingrijpende gevolgen hebben – met de stelling die sinds de renaissance, de basis van het Westerse denken had gevormd: de harmonie van het heelal.

De jonge Schopenhauer was, naar zijn eigen getuigenis, door de diepe jammer van het leven gegrepen. De wil is oneindig, de bevrediging beperkt. Zolang wij overgeleverd zijn aan onze driften en wensen, zullen wij nooit duurzaam geluk of rust vinden. Uit elke bevredigde begeerte vloeit terstond een nieuwe voort. Op elke smart volgt, zodra zij gelenigd is en wij menen weer vrij te kunnen ademen, nieuw leed. De smart is de volstrekt eigenlijke werkelijkheid in het leven. Lust en geluk zijn louter negatief, afwezigheid van smart. Wat wij bezitten, weten wij niet naar waarde te schatten. Pas wanneer wij het hebben verloren, beseffen wij de waarde ervan. De weinigen aan wie de smart bespaard blijft, vallen ten prooi aan de andere gesel, de verveling. Het verloop van de week met †îßthaar zes dagen zwoegen en een zevende van verveling, is een treffend symbool van ons leven. Het onafwendbaar noodlot van de mens is verder de eenzaamheid. Ten slotte is ieder met zichzelf alleen.

Daar vat Schopenhauer een belangrijk punt van mijn werk. Het is de nood of de lediggang! Het werk of het eenzame! Steeds meer kom ik gedachten tegen van filosofen die mijn denken onderschrijven. De vraag is nog waar ik me volledig mee kan identificeren en waar ik me tegen wil afzetten.

Optimisme is een bittere hoon op het nameloos lijden van de mensheid. Schopenhauer leidt ons door hospitalen, folterkamers en slavenstallen, over slagvelden en gerechtsplaatsen langs al de duistere behuizingen van de ellende. ‘Waar heeft Dante anders de stof voor zijn Hel vandaan genomen dan uit onze werkelijke wereld hier? Toen hij daarentegen voor de taak werd gesteld de hemel te schilderen, had hij een onoverkomelijke moeilijkheid voor zich, juist omdat onze wereld er geen materiaal voor bieden kan.’ Het leven is de moeite van het leven niet waard. Het is een bedrijf, dat de kosten niet kan dekken. Daarbij komt nog dat ons leven gestadig de dood tegemoet snelt. In de jeugd zien wij dat niet. Wij gaan nog bergopwaarts en de andere zijde, waar de dood loert, is ons verborgen. Zodra wij de middaghoogte des levens overschreden hebben, zijn wij als renteniers die niet meer van hun renten kunnen leven, maar hun kapitaal interen. Zoals onze gang een steeds ingehouden vallen is, zo is ons leven een voortdurend ingehouden sterven. Is er dan geen uitweg uit dit tranendal? Kennis is geen uitweg. Integendeel. Hoe hoger de levensvorm, des te groter en meer zichtbaar is het lijden. Vanaf de plant, via de lage worm en de insecten tot aan de gewervelde dieren met hun volmaakte zenuwstelsels is het een voortdurend toenemen van gevoeligheid voor pijn. En diegene onder de mensen lijdt het meest, die het diepste inzicht heeft; het genie.

De weldadige waanzin is een uitweg die de natuur biedt, wanneer het lijden de grens van het verdraagbare overschrijdt. Zelfmoord is geen uitweg. Hij vernietigt wel de individuele verschijningsvorm van de wil, maar niet de wil zelf. En toch bestaat er een uitweg. Schopenhauer wijst zelfs twee wegen. De ene is van esthetische, de andere van ethische aard. De ene verlost voorbijgaand, de andere duurzaam.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s