Kant aan het werk

Immanuel Kant had als taak om een grens te bepalen. In de filosofie heb je aan de ene zijde rationalisme – aan de andere empirisme! Wie heeft gelijk? Om dat te beslissen – zegt Kant – moet ik tevoren iets doen, wat op waarlijk kritische wijze nog niemand vóór mij heeft ondernomen: ik moet de structuur van het gehele menselijk denkapparaat onderzoeken. Misschien zal dan blijken dat van de beide opponenten – rationalisme en empirisme- geen van beiden gelijk heeft? Of beide , maar elk slechts in beperkte zin? Op de leeftijd van 57 jaar verschijnt zijn ‘Kritiek van de zuivere rede’.

Een bekend thema in de filosofie; ervaring of rede. Dat hij er zoveel jaren voor uittrekt om één onderdeel uit te werken lijkt mij een onmogelijk karwei, maar heeft hem (en ons) veel opgeleverd.

Zelf stelt hij dat er geen enkel metafysisch vraagstuk is dat hier (in zijn werk) niet opgelost wordt of tot het oplossen waarvan niet althans de sleutel wordt geboden. Tijdens het werk zag hij hoe groot z’n werk kon worden en zegt dat hij veel details heeft weggelaten om het niet onnodig omvangrijk te maken, al telt het werk 884 bladzijden…

Dat zijn nogal zelfverzekerde uitspraken.

Yeah-well-you-know-thats-just-like-your-opinion-man

Zijn werken bezitten niet alleen de grootste rijkdom aan inhoud maar behoren ook tot de moeilijkste van de wereldliteratuur. Kant was zich deze moeilijkheid wel bewust. Hij zelf kenschetst zijn ‘deductie van de zuivere verstandsbegrippen’, het kernstuk van zijn eerste kritiek, ‘als het moeilijkste dat ooit ten behoeve van de metafysica kon worden ondernomen.’

Nog meer van dat soort uitspraken dus.

Mij is geadviseerd om als lezer die Kant wil bestuderen eerst ter voorbereiding een uitvoerige inleiding te lezen voordat ik aan z’n oorspronkelijke werk begin. En zelfs dan moet ik nog niet gelijk aan de kritieken beginnen maar, om eerst aan de taal van Kant te wennen, met de voorkritische geschriften bezig houden. Ik ga me in dit onderzoek, in eerste instantie, ook nog niet inlaten met zijn werken in totaliteit (een veel te grote opgave in dit stadium) maar een blik werpen in zijn wereld om te kijken hoe hij zou kunnen fungeren op mijn bovenste verdieping.

Kant zelf zegt: ‘Ik moet het weten ondermijnen om voor het geloof plaats te verkrijgen! Dat wil zeggen: Kant heeft aangetoond, waar de grenzen van onze (theoretische) rede liggen. Zij liggen precies daar, waar het gebied van de mogelijke ervaring ophoudt. Wat daarbuiten ligt, daarover kan de rede niets uitmaken. Dat betekent twee dingen. De rede kan algemene metafysische ideeën als God, vrijheid en onsterfelijkheid – en dat is voor Kant het enig doel van onze navorsing, al het andere is enkel middel daartoe – niet bewijzen. Zij kan ze echter ook niet weerleggen. In zoverre is er plaats vrijgemaakt om ze te kunnen geloven.

Is dat nu alles, wat de zuivere rede verricht? Zoveel zou ook het gezond verstand, zonder de filosofie te raadplegen, hebben kunnen bereiken! Waarop Kant zegt:

Maar verlangt gij dan dat kennis, die alle mensen aangaat, het normale verstand te boven zou gaan en alleen door de filosoof kan worden ontdekt? Juist uw verwijt is het beste bewijs voor de deugdelijkheid van de tot nu toe gevoerde beschouwingen, dat namelijk de hoogste filosofie ten aanzien van de wezenlijke doelstellingen van de menselijke natuur het niet ver kan brengen dan de leiding die zij (de natuur) ook aan het meest gewone verstand heeft willen toevertrouwen.

Ook ik dacht in eerste instantie; die kritieken, waar hij z’n hele leven aan gewijd heeft, waar gaat dat nou over? Wat levert dat op? En hoe kan het dat het in zulke eenvoudige, overzichtelijke en samenvattende conclusies is weergegeven? Het antwoord van Kant hierop vind ik sterk (en ergens ook humoristisch) en spoort me aan om verder te kijken.

Tevens schijnt Kant de grondstellingen hebben gevonden die het principe van een algemeen geldige ethiek kan zijn: geef aan uw wil de vorm van een algemene wetgeving! Op die wijze komt Kant tot de grondwet van de praktische rede, welke luidt: ‘Handel zo dat de maxime van uw wil te allen tijde tegelijk als grondbeginsel voor een algemene wetgeving kan gelden.’

Dus de tegeltjeswijsheid zoals ik het vroeger geleerd heb: ‘Wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet.’ Als een van de grootste filosofen aller tijden dat beweert… Eens kijken wat hij nog meer te vertellen heeft.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s